MuseumService Payoff
Joke
Joke
Weststrate
vrijdag 10 juli 2015
Míro, ZERO en mode & Matisse
Het is feest in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Naast De oase van Matisse (t/m 16 augustus!), is er de tentoonstelling ZERO: Let Us Explore the Stars te bezoeken. Een expositie waar ik met een brede glimlach en jeukende handen en benen doorheen liep. Ik wilde de kunst aanraken en er soms bovenop springen. Ik houd van zintuigprikkelende kunst. Helemaal als ze dan ook nog eens gemaakt is van gebruiksmateriaal. Spijkers, plastic zakjes met water, papier, eierdoosjes, bierflesjes etc.ZEROIk had er nog nooit van de ZEROgroep gehoord. ‘We hebben ook echt het idee dat we iets in de kunstcanon rechtzetten,’ zei een dame van de persafdeling tijdens de perspresentatie toen ik bekende een ZERO-maagd te zijn. ‘Na de oorlog was er in de kunstscène vooral aandacht voor wat er in Amerika gebeurde, maar dit was eveneens gaande.’ Na de Tweede Wereldoorlog zocht een jonge groep kunstenaars naar radicale nieuwe manieren om kunst te maken. Ze vonden elkaar in hun optimistische, experimentele en innovatieve houding. In Duitsland noemde de kunstbeweging zich ZERO, de Nederlandse evenknie koos voor de Nul-groep en was opgericht door de kunstenaars Armando, Jan Henderikse, Henk Peeters, Jan Schoonhoven en herman de vries. In Frankrijk, Italië en België volgden gelijk gestemde kunstenaars een zelfde artistiek pad. MíroVoor wie na het Stedelijk nog steeds hongerig is naar naoorlogse kunst: in de tuin van het Rijksmuseum (die overigens helemaal af is!) zijn er 21 sculpturen van Míro te bekijken. Gratis. Joan Miró maakt twee typen sculpturen. Assemblages van voorwerpen uit de natuur (keien, boomstronken, wortels) of dagelijks leven (hooivork, kraan, etalagepop) én volumineuze gestalten met ronde en sensuele vormen die herinneren aan zijn geschilderde figuren. Beiden staan in de tuin. Bij de opening een aantal weken geleden proseerde voor zijn lievelings sculptuur - de vier meter hoge Oiseau lunaire - dat voor het eerst tentoon wordt gesteld. Wat een perfect zomeruitje zo bij elkaar.
Joke
Joke
Weststrate
woensdag 13 mei 2015
Toekomst van musea
Dat was een interessant Salon Muséologie, donderdag 7 mei. Onder het mom ‘een ideaal is geen plan’ werd de toekomst van musea besproken. Ik had verwacht dat het over digitale toepassingen zou gaan. Hoe videogames tekstbordjes in het museum zouden kunnen vervangen, om maar iets te noemen. Maar deze avond ging de digitale toepassingen voorbij. De cruciale en bijzonder interessante vraag waarmee iedereen naar huis werd gestuurd was: wat is het bestaansrecht van je museum? Stel je de mogelijkheden voor als iedere erfgoedinstelling deze vraag in alle vrijheid kan beantwoorden, in samenwerking met andere partijen. Bijvoorbeeld de bedrijven waarmee zij al sinds jaar en dag samenwerken. En dat er geëxperimenteerd kan worden met tijd, ruimte en plaats. Ik vermoed dat er een heel nieuwe wereld opengaat. ZeitgeistDe bijeenkomst was opgezet rond de scriptie van Tim Sprenger, ‘Musea in de nieuwe Zeitgeist’ met als ondertitel ‘Een onderzoek naar de verschillende toekomstvisies van musea in Nederland en de verschillende visies over de nieuwe Zeitgeist’. Sprenger vroeg zich af hoe het toch kon dat bijna alle facetten in de samenleving aan het kantelen zijn, zoals dat in VPRO’s documentaireserie Tegenlicht zo mooi wordt weergegeven. Ons huidige politieke en economische systeem loopt op zijn laatste pootjes. Het neoliberalisme heeft volgens velen afgedaan en overal ontstaan (lokale) initiatieven om onze maatschappij anders in te richten als het gaat om zorg, arbeids- en woningmarkt, onderwijs, energie en voedsel. De hierarchische ingerichte samenleving wordt langzamerhand overruled door een samenleving die bestaat uit elkaar overlappende netwerken. Steeds lijkt het menselijk maken van de maatschappij het streven. In alle boeken die Sprenger las over deze kantelende maatschappij kwam hij niet een keer een hoofdstuk tegen over de culturele sector. Hoe kan dat, vroeg hij zich als student van de Reinwardt Academie af. En hoe zit het met de toekomst van de erfgoed sector? Wordt daar over nagedacht door de sector zelf en hoe dan?ToekomstvisiesDankzij gespreksleider Marjelle van Hoorn bleef de salon de hele avond gericht op de toekomstvraag en kon het gesprek niet een keer afglijden naar de dagelijkse werkelijkheid van de wensen van de huidige bezoeker. Of naar de beperkingen van het budget en opgelegde taken en verantwoordelijkheden. Er werd gekeken naar de verschillende toekomstvisies voor musea die grofweg in te delen is in twee manieren. De maatschappelijke veranderingen volgend, zoals min of meer in Agenda 2016 van Museumvereniging staat omschreven. Of de toekomst mede vormgevend, zoals in Museums 2020 van de Britse Museums Association. Natuurlijk was niet iedereen het met elkaar eens, maar bijna iedereen bleef na afloop verder praten. Er lijkt absoluut een zaadje te zijn geplant en ik zie uit naar vervolgavonden en brainstormsessies met geïnteresseerden uit alle sectoren.
Joke
Joke
Weststrate
donderdag 7 mei 2015
Tram 9 naar Diemen
De trein van Utrecht naar Amsterdam zat propvol opa’s, oma’s en kleinkinderen. Tram 9 naar Diemen eveneens. Even dacht ik verheugd dat ze en masse op weg waren naar het Joods Historisch Museum, of - net als ik - naar het Tropenmuseum. Maar bij Artis liep een groot deel van de tram leeg. Gelukkig was het ook in het museum druk. Suppoost Saima, die ik interviewde voor onze rubriek 'Suppoost' (in de nieuwsbrief van juni maakt u kennis met haar), vertelde dat het museum ontzettend goed bezocht wordt deze meivakantie. Verder hadden we een bijzonder gesprek over werken in het museum dat, dankzij de collectie in het Tropenmuseum, als snel ging over vooroordelen, aannames, samenleven en discriminatie. En door haar favoriete kunstwerk, ook over de dood. Dat bleek het thema van de dag. Na het Tropenmuseum vervolgde ik mijn tocht met tram 9 naar mijn volgende interviewadresje, museum ToT Zover op begraafplaats De Nieuwe Ooster, om daar suppoost Fred (deze maand in MUSE) te spreken. Ook dat werd een gesprek over vooroordelen, verschil in overtuiging en hoe dat tot uiting komt bij begraven en hoe de dood op die manier veel over het leven zegt. En anders dan de onderwerpen wellicht doen vermoeden was het geen zwaar-op-de-hand-dag. Juist niet. Het waren allebei gesprekken die ruimte geven. Die het leven perspectief geven, het meer laten zijn dan een race naar succes en geluk. En in de trein terug bedacht ik me dat hoe belangrijk technologische ontwikkelingen ook zijn om musea dichter bij bezoekers te krijgen, zonder mensen die verhalen kunnen vertellen en gesprekken durven aan te gaan verliezen musea hun grootste kracht: een bredere blik bieden op het (samen)leven. Dat klinkt vast klef, maar ik ben er van overtuigd dat dat bijdraagt aan een betere samenleving. En dat klinkt dan vast weer hoogdravend. Dat is dan maar zo.
kies een categorie:
vrijdag 31 juli 2015
Vakantie-inspiratie (2)

Wereldwijde audio tour

Zakenman Alex Tourski ontwierp wegenkaarten die hij verkocht aan TomTom. Zijn volgende ingeving kreeg hij onderweg in de auto. Wat zou het mooi zijn als ik zou weten wat er allemaal te doen is in het eerst volgende dorpje dat ik tegen kom, dacht hij. ‘Dat was in 2009, in 2013 was izi.TRAVEL geboren,’ vertelt directeur Sales en Marketing, Arjaan Kunst.


GPS kunst- en cultuurgids

‘izi.TRAVEL is een wereldwijdplatform voor audio tours,’ verhaalt Kunst. Een ‘storytelling platform gerelateerd aan cultuur, kunst en andere belevenissen. ‘Alles waar een verhaal achter zit, kun je terugvinden op ons platform. Een heel nieuwe manier om een stad of museum te ontsluiten voor bezoekers.’ En, in navolging van Facebook, Twitter en Google, helemaal gratis. ‘Deze bedrijven zijn groot geworden door hun diensten gratis aan te bieden. Dat doen wij ook.’ izi.TRAVEL is nu twee jaar onderweg en heeft een half miljoen gebruikers. ‘Ons doel is om er in september een miljoen te hebben.’



izi.TRAVEL verbindt

Het platform bestaat uit een gewone en een mobiele website, plus een app die beschikbaar is op iPhone, Android en Windows. ‘Iedereen heeft altijd zijn telefoon bij zich en heeft dus altijd zijn audio tour op zak. Je hoeft als museum of andere instelling niet meer te investeren in apparatuur. Bovendien heeft een museum op deze manier een persoonlijke band met bezoekers. Helemaal als je een specifieke audio tour per doelgroep aanbiedt. Mannen, vrouwen, kinderen, leken, specialisten. Met een audiotour op izi.TRAVEL verleng je het bezoek, bovendien is het een marketing instrument met een wereldwijd bereik.’ Staat er elders in de stad een monument of standbeeld dat betrekking heeft op de collectie van een museum, dan is het door middel van de audio tour makkelijk met elkaar te verbinden. ‘Elke relatie die een museum heeft elders in de stad of in de omgeving kan zo worden aangeboden. Op die manier gaat de collectie nog meer leven voor bezoekers.’ In deze video wordt het platform in twee minuten toegelicht.


Gratis deelnemen

Deelnemen is gratis en makkelijk. ‘Veel musea hebben al audio tours. Die kunnen ze toevoegen aan ons platform. Het maakt niet hoe of wanneer die tour is gemaakt, wij maken hem geschikt voor ons platform. Gratis. Wil een museum een nieuwe tour maken, maar weet het niet hoe. Geen probleem. Ook hier bieden we - gratis - een helpende hand. Doet een museum mee, dan ziet het steeds meer kansen. Geef bij het uitlenen van een object aan een andere land, de audio tour mee en vraag deze uit te breiden door eigen informatie toe te voegen, bijvoorbeeld. Zo groeit het verhaal dat je als museum wilt vertellen en zo groeit de band met de bezoeker.’




Voor museumprofessionals met een interesse om een audio tour voor een museum te maken, heeft Kunst een aantrekkelijk aanbod. Geïnteresseerden kunnen contact met hem opnemen via arjaan.kunst@izi.travel.


vrijdag 10 juli 2015
Suppoost

Saima Bron, 26 jaar, is sinds juli 2014 gemiddeld drie dagen in de week suppoost in het Tropenmuseum, de rest van de week werkt ze als grafisch vormgever.

Naast mijn passie voor kunst en creativiteit, vind ik het geweldig om met mensen te werken. Dat ik dat mag doen in zo’n mooie omgeving als het Tropenmuseum is te gek! Ik maak mensen wegwijs en zorg dat ze een mooie tijd hebben in het museum. Klantvriendelijkheid is de sleutel. Ook als ik mensen terecht moet wijzen.


De tentoonstellingen in het Tropenmuseum gaan onder andere over de manier waarop mensen denken en wat hun drijfveren zijn. Het kan niet anders of bezoekers worden gedwongen na te denken over hun vooroordelen en aannames. Zo reageert iedereen op de sculptuur Madonna (after Omamá en Céline) van Roy Villevoye. Het verbeeldt een donkere man uit Nieuw-Guinea, die een blanke baby draagt. Beiden op ware grootte. Het ziet er levensecht uit, waardoor iedereen aanvankelijk schrikt. Daarna komen de vragen: Wie is die man? Wie is het kind? Waarom draagt hij het kindje? Wat is hier aan de hand? Er staat bewust geen beschrijving bij het beeld, zodat iedereen zijn eigen verhaal kan maken. De kers op de taart is het kindermuseum, dat nu gesloten is in verband met de verbouwing. Het kindermuseum heeft iedere keer een ander land als thema. Door interactieve tentoonstellingen maken kinderen een ontdekkingsreis door verschillende culturen. Ook voor volwassenen is het een mooie manier om culturen opnieuw te leren kennen. Na de verbouwing is het thema ‘Marokko’. Dat wordt fantastisch!’

‘We zitten straks midden in de verbouwingen, want het museum gaat voor een deel op de schop. Vooral de entree verdient een make-over. Bezoekers die vanuit de entree naar boven lopen, zijn vaak erg onder de indruk van de lichthal. De nieuwe entree zal ook een bijzondere en frisse uitstraling gaan krijgen. Veel mensen voelen zich thuis in dit museum. Zo vertelde een bezoeker, die zich regelmatig even terugtrekt in het Arabische theehuis, mij letterlijk: "ik kom hier altijd thuis". En op het hemelbed in de tentoonstelling Verhalenreis, waar zowel volwassenen als kinderen op kunnen liggen om een bekend Arabisch liefdesverhaal te bekijken, vallen af en toe mensen in slaap. Dat geeft in mijn ogen aan dat mensen zich op hun gemak voelen’ ‘Soms worden mensen emotioneel. Bijvoorbeeld door de tentoonstelling over de slavernij. Dat begrijp ik, het is zwaar om te zien dat mensen zo met elkaar zijn omgegaan.

De tweede verdieping is mijn favoriet. Daar staat mijn lievelings kunstwerk, een Ghanese grafkist in de vorm van een vis. Ik ben zelf half Ghanees en kende deze kunstvorm al wel, maar ik had nog nooit een kist in het echt gezien. De kist zegt iets over wie de overledene als persoon was, in dit geval een visser. Zo zijn ze er kisten in elk denkbare vorm: een schoen, een vliegtuig, een colafles. Echt een prachtig concept. En alles is handwerk, dat vind ik er zo mooi aan. Er zit zoveel liefde in!’


woensdag 10 juni 2015
Louter verzorgt beleving

In Museum Rotterdam ‘40-’45 NU vertellen leerlingen tussen de twaalf en achttien jaar de Rotterdamse oorlogsgeschiedenis, door een filmpje dat ze maken over een van de vele voorwerpen uit het museum. ‘Omdat ze zelf een film maken over het object krijgen de leerlingen een band met het verhaal achter het voorwerp,’ verklaart projectmanager bij Studio Louter, Rik Herder in een notendop het door hen ontwikkelde educatieproject. ‘Misschien wel de uitdagendste opdracht die Studio Louter ooit heeft gerealiseerd.’

Fullservice Studio Louter is specialist in storylines, film en interactie voor communicatieve ruimtes. Door bezoekers te intrigeren, emotioneren en te verwonderen, wil Studio Louter hen betrekken bij een verhaal. En dat heeft al een lange lijst aan winnende awards opgeleverd, zoals The Luigi Micheletti Award 2015, voor de tentoonstelling ‘Het Geheugenpaleis’ van het Nationaal Archief en de Silver World Medal, New York Festival voor Film en Video 2015, voor de film ‘In de cel’ in PIT veiligheidsexpo. Toen Museum Rotterdam en het OorlogsVerzetMuseum dit jaar samen verder gingen onder de naam Museum Rotterdam ‘40-’45 NU wilde ze dat een bezoek aan het museum een belevenis zou zijn. ‘Daarvoor huurden ze Tinker imagineers in,’ vertelt Herder. ‘Zij laten de bezoeker echt ervaren hoe een bombardement voelt.’ Maar het museum wilde meer. ‘Kinderen moeten iets opsteken van het museumbezoek. Méér dan een tekstbordje kan bewerkstelligen. De grootste doelstelling van het museum is namelijk om een nieuwe generatie te betrekken bij een verhaal dat zo ontzettend veel impact heeft gehad op Rotterdam.’ Dat deel van de beleving verzorgt Louter.


8000 voorwerpen

‘Toen wij voor de voorbereiding van het project voor het eerst op bezoek gingen bij het museum werden we direct gegrepen door de collectie. 8000 voorwerpen die het bombardement op Rotterdam hebben overleefd. Een koektrommel, een half gesmolten naaimachine. Bij elk voorwerp vertelde directeur Johan van der Hoeven het verhaal. Iets dat hij overigens wekelijks doet voor radio Rijnmond. Toen wisten we dat we iets met die verhalen moesten doen. Hoe vertellen kinderen tegenwoordig verhalen aan elkaar? Door middel van filmpjes. Daar zijn we mee aan de slag gegaan.’


iPad-films

Als leerlingen nu het museum bezoeken, beleven ze in één ruimte, vormgegeven door Opera Amsterdam, eerst het bombardement door de show van Tinker. ‘Die duurt acht minuten. Dan nemen wij het over. Leerlingen zitten in tweetallen aan een scherm van de centrale touchscreentafel. Ze verzinnen een groepsnaam en eigenen zich daarmee het ‘werkblad’ toe. Na een introductie aan tafel, waarbij de thema’s - verzet, hongerwinter, mobilisatie, dagelijks leven - worden uitgelegd, bekijken de leerlingen met een iPad in de hand de tentoonstelling en ontdekken de verhalen die achter de objecten schuil gaan. Elk tweetal moet zich in tien objecten verdiepen door erover te lezen en de iPad-films van andere leerlingen over dezelfde objecten te bekijken. Bij het laatste object ontbreekt het verhaal. Van dat voorwerp gaan zij het verhaal verfilmen. Ze krijgen drie kwartier de tijd om een filmpje van anderhalve minuut te maken. Aan de touchscreentafel doen leerlingen research naar het object. In de vitrine kunnen ze het voorwerp bekijken. Daarna gaan ze filmpje maken.


Met de iPad kunnen de leerlingen foto’s, film- en geluidopnames maken. Alle opnames worden automatisch doorgestuurd naar hun werktafel. Op de persoonlijke werktafel staat niet alleen het eigen materiaal klaar, maar ook archiefmateriaal, de collectiedatabase van het museum en een uitgebreide muziek- en geluidseffectenbibliotheek. De leerlingen maken de eigen iPad-film op een tijdlijn. Met een simpele drag- en drop functionaliteit is in korte tijd een filmpje te monteren. De leerlingen bekijken en beoordelen in de tentoonstelling elkaars iPad-films, waarna deze worden toegevoegd aan de collectiedatabase van het museum. Op dat moment zijn de films beschikbaar voor alle bezoekers.’



Nadenken

Studio Louter was verantwoordelijk voor het educatie concept, het ontwerp en de ontwikkeling van de software voor de touchscreentafel incl montage tools, de iPad apps, en usablity testing. De complexe techniek eenvoudig te laten aanvoelen was de grootste uitdaging. ‘Voor dit project hebben we veel losse delen ontwikkeld. Voor de iPads, de touchscreentafel, de mogelijkheden om een film te maken, om ons programma synchroon te laten lopen met de database van het museum en om alle voorwerpen aan het juiste thema te koppelen. Bij alles was het natuurlijk belangrijk om de interactie eenvoudig te houden. En als het hele programma te lang duurt, omdat een klas minder tijd heeft, moet de docent met een druk op de knop het programma kunnen inkorten zonder dat er iets van de inhoud verloren gaat. Dat kan allemaal. Een heel ambitieus project. Ook inhoudelijk. We vragen leerlingen na te denken over verschillende perspectieven. Maak je een filmpje over het smokkelen van wapens in een kinderwagen, vanuit het gezichtspunt van de moeder die de kinderwagen duwt? Of vanuit de baby die bovenop de wapens ligt te slapen, of vanuit de Duitse soldaat die de taak heeft voorbijgangers te controleren? Op die manier denken is voor veel leerlingen een stap te ver, merken we nu. Maar het zelf aan de slag gaan om een film te maken, vinden ze fantastisch. Je merkt dat ze echt nadenken over die objecten. En over wat oorlog met mensen deed’


www.Studiolouter.nl



dinsdag 9 juni 2015
Suppoost

Fred, 61 jaar, is sinds vijf jaar als vrijwilliger suppoost bij museum ToT Zover op begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam. ‘Ik loop hier al al vanaf 1972 rond. Eerst als drager, daarna deed ik de laatste verzorging van de doden.’


‘’De laatste verzorging’ heet dat tegenwoordig, ja. ‘Afleggen’, noemden we het vroeger. Een ‘lijkauto’ is tegenwoordig ‘rouwauto’ en begraafplaats mag je eigenlijk niet meer zeggen. ‘Gedenkplaats’, is het. Een beetje over de top allemaal. Aan de ene kant proberen wij met ons museum de dood dichterbij te brengen en aan de andere kant wordt er steeds voorzichtiger met het onderwerp omgegaan. De dood is voor mij doodgewoon. Ik ben opgegroeid met een vader die werkte in de uitvaartbranche. Zo ben ik het vak in gerold. Ik hield van vrijheid, buiten zijn en was graag eigen baas. Bovendien verdiende het goed.’


‘Nu ik mijn vak niet meer kan uitoefenen ben ik blij dat ik bezoekers in het museum kan rondleiden. ToT Zover is een klein museum, maar er komt veel op mensen af. Dat maakt het contact met de bezoekers altijd bijzonder. Ze hebben veel gedachten en gevoelens over de dood, daar praten we over. Een terminaal zieke vrouw wilde graag inspiratie opdoen voor haar eigen begrafenis. Ik heb een stoel voor haar gehaald, zodat ze in de zaal met de verschillende doodskisten kon zitten. Elke doodskist is gevuld met spullen die voor begrafenisrituelen van verschillende culturen staan. Ik krijg ook meer praktische vragen, zoals nu met de tentoonstelling over de lijkwagens. Dan willen mensen weten waar bepaalde onderdelen voor dienen.


Mijn favoriete kunstwerk is de urn - Return heet-ie - ontworpen door Lonneke te Kamp uit Ruurlo, een van de deelnemers van het televisieprogramma Over mijn lijk. Ik heb met bewondering naar die serie gekeken. Het vertrouwen en de overgave die je ziet groeien bij de jonge mensen die weten dat ze gaan sterven: heel mooi. Het is een ijkpunt voor me, zo wil ik tegenover de dood staan. Net zoals mijn vader en moeder die zonder angst het leven los konden laten. Mijn kijk op het leven en op mensen is heel erg beïnvloed door mijn werk hier. Iedereen is anders en beleefd zijn verdriet op een eigen manier. Dat is vrijheid.’

maandag 8 juni 2015
Xsaga wint Montreaux
Na het winnen van een European Best Event Award (EuBEA) in Sevilla voor de heropeningsceremonie van het Mauritshuis - ‘Bring the Girl with Pearl Earring home’ - heeft IDEA-bureau Xsaga nu ook de Golden Award of Montreaux binnen gehaald.

Na een wereldreis van bijna twee jaar kwam het Meisje met de Parel op een heel bijzondere manier thuis. Ze markeerde daarmee de heropening van het verbouwde museum door koning Willem-Alexander.

maandag 11 mei 2015
Webby voor Fabrique?

Vergeet de Oscars, de Webby’s daar gaat het om. De Webby Awards worden sinds 1996 jaarlijks uitgereikt aan de beste websites van de wereld. De prijsuitreiking lijkt inmiddels hipper dan die van de Oscars. Niet in de laatste plaats omdat het dankwoord uit slechts vijf woorden mag bestaan, wat tot grappige, creatieve uitspraken leidt. Zoals Al Gore in 2005: “Please don’t recount this vote”. En David Bowie in 2007: “I only get five words? Shit, that was five. Four more there. That’s three. Two.”




Nog een weekje en vijf Nederlandse internetbedrijven weten (op 18 mei) of zij in New York hun Webby in ontvangst mogen nemen. Naast Human.co, INDG/Momkai en 72andSunny zijn dat Fabrique en hun technische partner Q42 in de categorie ‘Best Navigation/Structure’ voor de door hun ontworpen website voor het Design Museum London. In de aanloop naar de verhuizing en tijdelijke sluiting van het museum ontwikkelde Fabrique in 2014 samen met Q42 website designmuseum.org. Een volledig responsive website met een verfijnde stijl die de rijke content op een voetstuk plaatst. In april kon het publiek stemmen in de categorie 'Best Navigation/Structure' op websites en tools van onder andere Google, NASA en Design Museum. Het publiek koos voor Designmuseum.org. De site werd eerder bekroond met een iF Communication Design Award 2015.


maandag 27 april 2015
Glossy Vincent

Geen jubileum is compleet zonder een magazine en gelukkig is er sinds vrijdag 17 april de Vincent om 2015 als Van Gogh-jaar te onderstrepen. Dit jaar markeert zijn 125-jarige sterfdag. De avond ervoor werd het tijdschrift gelanceerd op een feestelijke bijeenkomst in het Amsterdamse café Nel. De makers waren uitgelaten blij met het resultaat dat werd uitgereikt aan een directe nazaat van Van Gogh: Willem van Gogh. De (voorlopig) eenmalige glossy gaat over bevlogenheid, talent en rebellie, geïnspireerd op en door Vincent Van Gogh.

Reizen, mode, lifestyle en human-interest

Het is het eerste magazine ter wereld dat gaat over zowel het werk als de geest als de sporen die Van Gogh sinds zijn dood in 1890 heeft nagelaten. Het blad barst van de bekende namen. Hollywoodster en opper-rebel Johnny Depp vertelt dat Van Gogh zijn favoriete outsider is. Joost Zwagerman bekent dat hij dwangneurotische trekjes krijgt als het gaat om de aan Vincent toegedichte kwalen. De Parijse driesterrenchef Alain Passard gebruikt bij het koken al zijn zintuigen, "net als Van Gogh bij het schilderen". En beeldend kunstenaar Marc Mulders ziet Vincent als "een voodookunstenaar, die de natuur op het doek wil bezweren". Acteur Barry Atsma legt uit hoe het was om in de huid van Van Gogh te kruipen. Ilja Gort zit met de schilder aan de keukentafel. 
Annejet van der Zijl en Maartje Wortel schrijven Vincent een stevige brief. En vijf willekeurige Van Goghs en de achterneef Willem van Gogh vertellen hoe het is om Van Gogh als achternaam te hebben. Ook wordt een van de grootste mythes in de beeldende kunst, Vincents afgesneden oor, van veel kanten belicht. En er is meer: reizen, mode, lifestyle, human-interest. Alles en allen geïnspireerd door Vincent Van Gogh.



92 pagina’s | Oplage: 140.000 | Verkoopprijs: € 9,95 | Verschijning: vrijdag 17 april 2015

Uitgever: ARComm Bladenmakers | Distributie: 
Betapress | Team Vincent: Michiel van Nieuwkerk, Mick Peet, Alette Reneman en Karen Sprangers

Verkrijgbaar bij de betere boekhandels, AKO, Bruna, Primera, supermarkten, museumwinkels en de Bijenkorf



donderdag 2 april 2015
Suppoost
Marcel Lammerse (25 jaar) is drie jaar suppoost bij het Mauritshuis en sinds kort ook leidinggevende.


‘Als ik van collega’s hoor dat de suppoosten in het Louvre in Parijs op een stoel zitten, of aan een tafel hangen, kan ik daar met mijn hoofd niet bij. Wij hebben de eer nationaal erfgoed te mogen bewaken! Dat moet je actief doen: rondes lopen, mensen te woord staan. Het liefst verzorg ik de toegangscontrole. Ik wil bezoekers direct bij aanvang een goed gevoel bezorgen. Het is fantastisch dat de ingang na de verbouwing aan de voorkant zit. Dat is statig. Bezoekers vinden het resultaat van de verbouwing ‘’prachtig’’, ‘’groots’’ en zijn blij dat het museum zijn charmes heeft behouden. Van de ondergrondse doorgang tussen de twee gebouwen stellen ze zich een soort donkere corridor voor. Iets grotachtigs. Niemand verwacht het zo licht en open als het is geworden.’

‘Aanvankelijk koos ik voor de opleiding beveiliging - wij zijn officieel beveiligers en geen suppoosten - omdat het me spannend leek om geldtransporten te begeleiden, of in de gevangenis te werken. Tijdens mijn stage bij het Mauritshuis werd ik gegrepen door wat ik de sociale kant van het vak noem. Als je niet met bezoekers kunt praten, ben je een slechte suppoost. Ik vertel ze wel eens iets wat ik zelf heb opgevangen van de rondleiders. Dat vinden mensen altijd leuk. Bezoekers reageren het heftigst op het ‘Meisje met de parel’. Ik heb verschillende mensen zien huilen toen ze voor het doek stonden. Mijn favoriete schilderij is ‘De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp’ door Rembrandt. Door middel van die schildering zijn we aanwezig bij het begin van de ontleding van het menselijk lichaam. Fascinerend is dat. Ik loop soms een extra rondje om ‘De les’ te kunnen zien.’


Fotocredit: Jan Rein Hettinga
dinsdag 10 maart 2015
Van Gogh op gevoel

De schilderijen in het Van Gogh Museum zijn sinds afgelopen donderdag 5 maart ontsloten voor blinden en slechtzienden. In het programma ‘Van Gogh op gevoel’, dat samen met het Oogfonds is ontwikkeld, begeleiden speciaal getrainde rondleiders bezoekers met een visuele beperking én hun ziende begeleiders, vrienden en familie door het museum met aansluitend een aanraaksessie in het atelier.

De bezoekers kunnen hoogwaardige reproducties, de zogenaamde relievo’s, uitgebreid bevoelen, net als de maquette van het schilderij De slaapkamer. Er wordt voorgelezen uit de brieven van Van Gogh en de zintuigen worden geprikkeld door de geur van Marseillezeep en lavendel, om Van Goghs woonplaats Zuid-Frankrijk te verlevendigen.

Het bedienen van blinden en slechtzienden hoort bij onze speerpunten en de missie van het museum: het leven van Van Gogh toegankelijk maken voor iedereen. De concrete aanleiding voor ‘Van Gogh op gevoel’ waren de relievo’s, de nieuwste generatie 3D-producties van Fujifilm België. Van Gogh bracht zijn verf vaak dik aan, wat zijn werk geschikt maakt voor het driedimensionaal reproduceren. Samen met Fujifilm België ontwikkelde het Van Gogh Museum een speciale techniek: een combinatie van een 3D scan van het schilderij met een hoge resolutie print. De collectie verscheen in gelimiteerde oplage van 260 stuks per meesterwerk (‘Zonnebloemen’. ‘De slaapkamer’, ‘Korenveld onder onweerslucht’ en ‘Lanschap bij avondschemering’). De relievo’s bleken uitermate geschikt voor educatie en voor blinden en slechtzienden. Het Van Goghmuseum zocht contact met het Victoria Albert Museum, waar een blinde medewerker soortgelijke projecten ontwikkelt, om hen te helpen. Hij had praktische tips. Beschrijf de ruimte en maak even een rondje langs de kandidaten om te kijken wat iedereen mist. Niet iedereen is in gelijke mate slechtziend of blind. Bij het beschrijven van de werken is het belangrijk te beginnen met de afmeting, de gebruikte techniek, de titel, het jaartal en het perspectief. ‘Van Gogh op gevoel’ vindt vijf keer per jaar plaats.

vrijdag 27 februari 2015
Wij zijn Romeinen

De benefietavond 'Maak je hart voor Rome', gisteravond 26 februari in het Allard Pierson Museum in Amsterdam, heeft tot nu toe 6000 euro opgebracht. Het geld is bedoeld voor het repareren van de schade aan de Barcaccia-fontein onderaan de Spaanse Trappen in Rome, die het vorige week tijdens de rellen van Feyenoordsupporters moest het ontgelden.

Hart voor Rome
‘Maak je hart voor Rome’ werd georganiseerd door Wij zijn Romeinen, een initiatief van Roma Aeterna, Stichting Zenobia, Orpheus kijkt om en het Allard Pierson Museum. Allen liefhebbers van de stad Rome en verdrietig dat hooligens deze schade hebben aangericht. Het archeologiemuseum waar de tentoonstelling Keys to Rome, het Romeinse Rijk ontsloten is te zien, wilde graag een podium bieden aan de actie. Gelijktijdig met de wedstrijd Feyenoord – AS Roma vonden er optredens plaats. Na de wedstrijd werd de avond afgesloten met een benefietborrel, waarbij het ingezamelde geldbedrag werd aangeboden aan de directeur van het Italiaans Cultureel Instituut. De burgemeester van Rome, Ignazio Marino, was ontroerd door het initiatief en stuurde Wij zijn Romeinen een dag voor de benefietavond een brief.
Doneren kan nog steeds via www.wijzijnromeinen.nl

Keys to Rome
De tentoonstelling Keys to Rome, het Romeinse Rijk ontsloten, dat een beeld geeft van de kruisbestuiving die heeft plaatsgevonden binnen het Romeinse Rijk, is nog tot 15 maart te bezoeken. De tentoonstelling is te vinden op de vernieuwde Romeinse afdeling van het museum en markeert de eerste stap op weg naar het nieuwe Allard Pierson Museum. In de komende jaren ondergaat het 80-jarige museum namelijk een complete facelift. De digitale technologie in de tentoonstelling is ontwikkeld in samenwerking met het Network of Excellence over Virtuele Musea (www.vmust.net)

beeld by MoniqueKooijmans events

maandag 16 februari 2015
App 'Tijdreis 2000 jaar Domplein'

De iPad App 'Tijdreis 2000 jaar Domplein' heeft op donderdag 12 februari de Geschiedenis Online Prijs 2015 gewonnen. 'Ik wist binnen tien seconden dat dit de winnaar zou zijn,’ aldus juryvoorzitter Maarten van Rossem.

Sinds de opening van de ondergrondse ontdekking DOMunder, onder Het Domplein, is de tentoonstelling aan de lopende band uitverkocht. Rond de 30.000 mensen zijn sindsdien afgedaald in het gat onder het Domplein, waar ze met behulp van een speciale zaklamp de 2000 jaar oude geschiedenis van het plein ontdekken. Hoe een storm in1674 het middenschip van de Domkerk liet instorten, bijvoorbeeld.

‘Tijdreis Domplein’ is een virtuele aanvulling op die ondergrondse ontdekkingsreis. De app neemt bezoekers mee naar de Romeinse tijd en gaat via de eerste christelijke kerken, de machtige bisschoppelijke burcht en de indrukwekkende gotische Dom naar het Domplein van nu. ‘Een historische sensatie met de panorama’s waar de gebruiker tussen kan switchen,’ jubelt het juryrrapport. ‘Bovendien slaagt de app erin een zeer afgebakend onderwerp tot in detail te behandelen, waardoor de gebruiker zich haast een Dompleindeskundige voelt. De jury roemt ook de manier waarop de makers de modernste technische mogelijkheden hebben gebruikt om de app te realiseren, zonder daarbij het doel en de gebruiksvriendelijkheid uit het oog te verliezen.'

‘Tijdreis Domplein’ is ontwikkeld in opdracht van Initiatief Domplein. De 3D-modellen en de App zijn gerealiseerd met steun van het PORTICO-project, onderdeel van het Europese programma Interreg NWE IV-B. Overigens is DOMunder nog niet klaar. Volgend jaar graven archeologen verder.


DOMunder


donderdag 29 januari 2015
Haastklus Allard Pierson

Geïnspireerd door Jeroen Krabbé’s tentoonstelling Soulmade, bedacht De Wereld Draait Door haar eigen Pop-Up Museum. De tijd om het te realiseren: twee maanden.

Vorig jaar september vertelde Jeroen Krabbé in De Wereld Draait Door over de door hem ingerichte tentoonstelling ‘Soulmade’ in het Tropenmuseum: de collectie gezien door zijn ogen. Uit het depot koos hij 1000 objecten. En al kwamen ze uit andere tijden, windstreken en verschilden ze in stijl en materiaalkeuze, door de hand van Krabbé vormden ze een geheel en werden ze tot soulmates gemaakt. DWDD was enthousiast en bedacht een eigen spin-off ter viering van het tienjarig bestaan van het tv-programma: het DWDD Pop Up Museum.

Tien vaste gasten, waaronder Marc-Marie Huijbrechts, Herman Pleij, Fidan Ekiz en Pieter van Vollenhoven, werden toegelaten in de depots van tien topmusea om hun favorieten te kiezen en daarmee ieder een zaal in het Allard Pierson Museum in te richten. Zo gezegd, is natuurlijk niet zo gedaan.‘We hadden twee maanden de tijd om alles rond te krijgen,’ zegt registrar van het Allard Pierson, Birgit Maas. ‘Eind november hoorden we dat het pop-upmuseum zou plaatsvinden. Dat is heel kort dag. Doorgaans is twee jaar een prettige termijn. Maar het gaat ons uiteraard lukken! Er is nog nooit een opening niet doorgegaan.’

De gastcuratoren hebben dit nooit eerder gedaan, maar het gaat goed, slechts een enkele keer is een curator teleurgesteld. ‘Dan kon het gekozen item niet mee, omdat het niet door de deur paste, bijvoorbeeld, vertelt Maas. ‘Met dat soort praktische zaken heb je natuurlijk ook te maken. Ruim een week voor de opening was alles rond, alleen niet met het Centraal Museum, waar Cécile Narinx haar mode-tentoonstelling samenstelde. Er was nieuwe informatie naar boven gekomen, waardoor er naar andere objecten gezocht moest worden.’ Licht, klimaat en beveiliging organiseert Maas intern, vitrines heeft het museum zelf. En alle objecten komen uit Nederland. ‘Ik hoef dus geen vluchten, hotels en daggeld voor koeriers te regelen. Het transport voor bijna alle musea besteed ik uit bij Crown Fine Art. Vier musea hebben hun eigen manier van vervoeren, net als de verpakking van de objecten, dat doet ook ieder voor zich. De vormgeving van de tentoonstelling wordt gedaan door Opera uit Amsterdam. Zowel het ontwerp voor de zalen, als de affiches en belettering komen van hen. Riwi produceert en plakt de letters dan weer. Opera heeft van mij de plattegronden en de afmetingen gekregen. Verder zorg ik vooral voor een logische planning en dat niemand elkaar voor de voeten loopt.’ Idealiter wil Maas twee dagen voor de opening de zalen helemaal zijn ingericht. ‘Dan heb ik rustig de tijd om de laatste puntjes op de ‘i’ te zetten. Ik vermoed dat we dit keer op de dag van de opening nog aan het rennen zijn, maar ik weet zeker dat niemand van de gasten dat ’s avonds nog zal zien.’

Vanaf 30 januari is het De Wereld Draait Door Pop Up Museum vier maanden lang open voor publiek.

abonneer je op
onze nieuwsbrief
donderdag 29 januari 2015
Studio De Jong

Fotostudio De Jong, het tv-programma over fotografie, begint weer. Live dit keer, vanuit het Machinegebouw in Amsterdam. Acht weken lang is de actualiteit de opmaat voor de studiogesprekken die Wilfried de Jong voert met zijn gasten. Voor MuseumService aanleiding om te vragen naar De Jongs’ ervaring met (foto-)musea. En een start van de op Twitter beloofde zoektocht naar antwoord op de vraag waarom fototentoonstellingen vaak zo slecht belicht zijn.

De Jong heeft daar geen last van. ‘Ik ben vaak in het Foam, maar de belichting is daar prima. Net als in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, waar ik afgelopen weekend was. Kijk ik doe wel eens een stap opzij om een spiegeling te vermijden, maar dat ik me er aan stoor, nee. Er zijn tegenwoordig heel goede manieren van printen en zelfs op spuiten van de foto’s, zodat reflectie minimaal is.’

In het algemeen houd de presentator van musea die met de tijd mee durven gaan. ‘Dat moet. Van die musea waar een portier de deur open doet om te vragen wat je komt doen, dat kan niet meer. Ik ken Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum, vanuit zijn tijd bij de Kunsthal en weet dat hij een enorme liefhebber is van Tate in Londen, omdat het een museum is waar je lange tijd wilt verblijven. Natuurlijk om kunst te bekijken, maar evengoed om te lunchen, koffie te drinken, te lezen. Dat is hoe een museum tegenwoordig moet zijn. Een plek waar de jeugd met hun laptop wil werken. Zoals Daan van Roosegaarde zei, toen ik hem in Zomergasten interviewde: ‘Home is waar mijn laptop is’. Zorg dat jij dat als museum bent.’

‘Het Boijmans gaat goed met de tijd mee. Boijmans durft steeds te veranderen en te ontwikkelen. Ik heb Boijmans TV mogen maken, dat was deels fictie en deels waarheid. Dat is gewaagd voor een museum. Zo hebben ze ook eens een programma gemaakt over muzikanten die zich in het museum lieten inspireren door de kunst. Ze zijn constant op zoek naar nieuwe verbindingen, nieuwe manieren van kunst laten zien. Het is een voorwaarde om als museum mee te blijven doen. Dat geldt ook voor tv-programma’s, daarom is Fotostudio De Jong dit seizoen live, met publiek en neemt het publiek eigen foto’s mee die we op een groot scherm projecteren.

Van sommige foto’s zal ik het verhaal achterhalen.’

Fotostudio De Jong, vanaf donderdag 29 januari, NPO 2, 20:25 uur

Boijmans TV

Fotocredit Clemens Rikken
woensdag 28 januari 2015
Reconstructie van het verleden

In 2008 was Hilde's gezichtsreconstructie klaar en sinds 15 januari heeft ze een eigen huis: het Huis van Hilde. Huis van Hilde is een archeologisch centrum dat miljoenen archeologische vondsten herbergt, waaronder dus die van naamgever Hilde. In het centrum kan het publiek haar (in 1995 werd ze gevonden in Castricum) en haar familie ontmoeten. In deze tentoonstelling is het volgens de trotse beleidsadviseur archeologie van de provincie Noord-Holland, Rob van Eerden ‘voor het eerst gelukt is om het eigenlijke doel van archeologie centraal te stellen: het komen tot een realistische constructie van het verleden.’

In de expositie staan zowel de ‘mens’ als de ‘reconstructie’ van die mens centraal. Hilde en haar familie zijn tot leven gebracht en in hun ‘eigen’ omgeving geplaatst, met hun ‘eigen’ spullen.’ Alles wetenschappelijk verantwoord, verzekert Erik van Kuijk van MMEK, het bedrijf dat de ruimtelijke indeling, de inrichting en de bezoekersbeleving ontwierp. De door hen gemaakte vitrines leren de bezoeker wat een depot eigenlijk is. Wat je er in kunt vinden en hoe je er gebruik van maakt. Alle opstellingen zijn interactief, zodat het publiek aldoende leert. Met de nieuwste snufjes. Want MMEK maakte een innovatieve stap in vitrine-techniek: in de verschillende vitrines is per segment het klimaat te regelen.

VVKH Architecten ontwierp het nieuwe depot, MMEK’ ontwierp de ruimtelijke indeling, inrichting en de publieksbeleving van het bezoekerscentrum.

Huis van Hilde is geopend vanaf 15 januari 2015

dinsdag 17 september 2013
Lichtpunt belicht Suiker fabriek

De twintigste editie van de Noorderlicht Internationale Fotomanifestatie viert de hedendaagse fotografie.

Van 1 september tot en met 13 oktober 2013 presenteert Noorderlicht zes tentoonstellingen met het werk van 74 fotografen uit de hele wereld. Dit fotografisch event vindt plaats op een indrukwekkende nieuwe culturele locatie: de oude Suikerfabriek in Groningen.

Lichtpunt is door Noorderlicht gevraagd de tentoonstelling passend te belichten.

De voormalige fabriekshal wordt belicht met industriële lampen in de grote hal, TL in de kelder en spots in de binnen ruimte. Het resultaat is een bezoek aan de oude Suikerfabriek meer dan waard!

Lees meer op de website van Lichtpunt