MuseumService Payoff
Joke
Joke
Weststrate
vrijdag 10 juli 2015
Míro, ZERO en mode & Matisse
Het is feest in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Naast De oase van Matisse (t/m 16 augustus!), is er de tentoonstelling ZERO: Let Us Explore the Stars te bezoeken. Een expositie waar ik met een brede glimlach en jeukende handen en benen doorheen liep. Ik wilde de kunst aanraken en er soms bovenop springen. Ik houd van zintuigprikkelende kunst. Helemaal als ze dan ook nog eens gemaakt is van gebruiksmateriaal. Spijkers, plastic zakjes met water, papier, eierdoosjes, bierflesjes etc.ZEROIk had er nog nooit van de ZEROgroep gehoord. ‘We hebben ook echt het idee dat we iets in de kunstcanon rechtzetten,’ zei een dame van de persafdeling tijdens de perspresentatie toen ik bekende een ZERO-maagd te zijn. ‘Na de oorlog was er in de kunstscène vooral aandacht voor wat er in Amerika gebeurde, maar dit was eveneens gaande.’ Na de Tweede Wereldoorlog zocht een jonge groep kunstenaars naar radicale nieuwe manieren om kunst te maken. Ze vonden elkaar in hun optimistische, experimentele en innovatieve houding. In Duitsland noemde de kunstbeweging zich ZERO, de Nederlandse evenknie koos voor de Nul-groep en was opgericht door de kunstenaars Armando, Jan Henderikse, Henk Peeters, Jan Schoonhoven en herman de vries. In Frankrijk, Italië en België volgden gelijk gestemde kunstenaars een zelfde artistiek pad. MíroVoor wie na het Stedelijk nog steeds hongerig is naar naoorlogse kunst: in de tuin van het Rijksmuseum (die overigens helemaal af is!) zijn er 21 sculpturen van Míro te bekijken. Gratis. Joan Miró maakt twee typen sculpturen. Assemblages van voorwerpen uit de natuur (keien, boomstronken, wortels) of dagelijks leven (hooivork, kraan, etalagepop) én volumineuze gestalten met ronde en sensuele vormen die herinneren aan zijn geschilderde figuren. Beiden staan in de tuin. Bij de opening een aantal weken geleden proseerde voor zijn lievelings sculptuur - de vier meter hoge Oiseau lunaire - dat voor het eerst tentoon wordt gesteld. Wat een perfect zomeruitje zo bij elkaar.
Joke
Joke
Weststrate
woensdag 13 mei 2015
Toekomst van musea
Dat was een interessant Salon Muséologie, donderdag 7 mei. Onder het mom ‘een ideaal is geen plan’ werd de toekomst van musea besproken. Ik had verwacht dat het over digitale toepassingen zou gaan. Hoe videogames tekstbordjes in het museum zouden kunnen vervangen, om maar iets te noemen. Maar deze avond ging de digitale toepassingen voorbij. De cruciale en bijzonder interessante vraag waarmee iedereen naar huis werd gestuurd was: wat is het bestaansrecht van je museum? Stel je de mogelijkheden voor als iedere erfgoedinstelling deze vraag in alle vrijheid kan beantwoorden, in samenwerking met andere partijen. Bijvoorbeeld de bedrijven waarmee zij al sinds jaar en dag samenwerken. En dat er geëxperimenteerd kan worden met tijd, ruimte en plaats. Ik vermoed dat er een heel nieuwe wereld opengaat. ZeitgeistDe bijeenkomst was opgezet rond de scriptie van Tim Sprenger, ‘Musea in de nieuwe Zeitgeist’ met als ondertitel ‘Een onderzoek naar de verschillende toekomstvisies van musea in Nederland en de verschillende visies over de nieuwe Zeitgeist’. Sprenger vroeg zich af hoe het toch kon dat bijna alle facetten in de samenleving aan het kantelen zijn, zoals dat in VPRO’s documentaireserie Tegenlicht zo mooi wordt weergegeven. Ons huidige politieke en economische systeem loopt op zijn laatste pootjes. Het neoliberalisme heeft volgens velen afgedaan en overal ontstaan (lokale) initiatieven om onze maatschappij anders in te richten als het gaat om zorg, arbeids- en woningmarkt, onderwijs, energie en voedsel. De hierarchische ingerichte samenleving wordt langzamerhand overruled door een samenleving die bestaat uit elkaar overlappende netwerken. Steeds lijkt het menselijk maken van de maatschappij het streven. In alle boeken die Sprenger las over deze kantelende maatschappij kwam hij niet een keer een hoofdstuk tegen over de culturele sector. Hoe kan dat, vroeg hij zich als student van de Reinwardt Academie af. En hoe zit het met de toekomst van de erfgoed sector? Wordt daar over nagedacht door de sector zelf en hoe dan?ToekomstvisiesDankzij gespreksleider Marjelle van Hoorn bleef de salon de hele avond gericht op de toekomstvraag en kon het gesprek niet een keer afglijden naar de dagelijkse werkelijkheid van de wensen van de huidige bezoeker. Of naar de beperkingen van het budget en opgelegde taken en verantwoordelijkheden. Er werd gekeken naar de verschillende toekomstvisies voor musea die grofweg in te delen is in twee manieren. De maatschappelijke veranderingen volgend, zoals min of meer in Agenda 2016 van Museumvereniging staat omschreven. Of de toekomst mede vormgevend, zoals in Museums 2020 van de Britse Museums Association. Natuurlijk was niet iedereen het met elkaar eens, maar bijna iedereen bleef na afloop verder praten. Er lijkt absoluut een zaadje te zijn geplant en ik zie uit naar vervolgavonden en brainstormsessies met geïnteresseerden uit alle sectoren.
Joke
Joke
Weststrate
donderdag 7 mei 2015
Tram 9 naar Diemen
De trein van Utrecht naar Amsterdam zat propvol opa’s, oma’s en kleinkinderen. Tram 9 naar Diemen eveneens. Even dacht ik verheugd dat ze en masse op weg waren naar het Joods Historisch Museum, of - net als ik - naar het Tropenmuseum. Maar bij Artis liep een groot deel van de tram leeg. Gelukkig was het ook in het museum druk. Suppoost Saima, die ik interviewde voor onze rubriek 'Suppoost' (in de nieuwsbrief van juni maakt u kennis met haar), vertelde dat het museum ontzettend goed bezocht wordt deze meivakantie. Verder hadden we een bijzonder gesprek over werken in het museum dat, dankzij de collectie in het Tropenmuseum, als snel ging over vooroordelen, aannames, samenleven en discriminatie. En door haar favoriete kunstwerk, ook over de dood. Dat bleek het thema van de dag. Na het Tropenmuseum vervolgde ik mijn tocht met tram 9 naar mijn volgende interviewadresje, museum ToT Zover op begraafplaats De Nieuwe Ooster, om daar suppoost Fred (deze maand in MUSE) te spreken. Ook dat werd een gesprek over vooroordelen, verschil in overtuiging en hoe dat tot uiting komt bij begraven en hoe de dood op die manier veel over het leven zegt. En anders dan de onderwerpen wellicht doen vermoeden was het geen zwaar-op-de-hand-dag. Juist niet. Het waren allebei gesprekken die ruimte geven. Die het leven perspectief geven, het meer laten zijn dan een race naar succes en geluk. En in de trein terug bedacht ik me dat hoe belangrijk technologische ontwikkelingen ook zijn om musea dichter bij bezoekers te krijgen, zonder mensen die verhalen kunnen vertellen en gesprekken durven aan te gaan verliezen musea hun grootste kracht: een bredere blik bieden op het (samen)leven. Dat klinkt vast klef, maar ik ben er van overtuigd dat dat bijdraagt aan een betere samenleving. En dat klinkt dan vast weer hoogdravend. Dat is dan maar zo.
kies een categorie:
woensdag 1 juli 2015
Groen MuseumEiland

Met het uitzetten van een aantal jonge steuren in de nieuwe binnenvijver, opende Pieter van Vollenhoven onlangs het Biesbosch MuseumEiland in Werkendam. Tijdens een verbouwing van acht maanden is het oppervlakte verdubbelde. Het museum beschikt nu onder meer over een gratis bezoekerscentrum, een geheel vernieuwde vaste presentatie, een wisseltentoonstellingsruimte en een royale horecagelegenheid.


Studio Marco Vermeulen ontwierp de renovatie. Het bureau wordt vaak betrokken bij projecten waar klimaatverandering en waterveiligheid worden gekoppeld aan kansen voor ruimtelijke kwaliteit. De Biesbosch heeft sinds haar ontstaan in 1421 constant te maken met veranderingen. Het open water veranderde door menselijke ingrijpen in een cultuurlandschap. In het kader van het project 'Ruimte voor de Rivier' wordt het land tegenwoordig juist weer terug gegeven aan het water. Rijkswaterstaat selecteerde hiervoor 39 locaties, waaronder de ontpoldering van de Noordwaard bij Werkendam.


Groen ontwerp

Door die ontpoldering is het Biesbosch Museum op een eiland komen te liggen. Om het museum goed aan te laten sluiten bij de nieuwe omgeving kreeg de gesloten gevel van het oorspronkelijke gebouw uit 1994, aan de zuidwestkant een enorme raampartijen. Op die manier 'opent' het gebouw naar het landschap. En op de daken van het museum groeit gras, zodat de verschillende gebouwen een geheel worden en menselijk bouwwerk opgaat in het landschap. Vanaf het dak hebben bezoekers uitzicht op Nationaal Park De Biesbosch. De aanleg van een ondiepe kreek moet variërende waterstanden mogelijk maken, om tot een rijke flora en fauna in het park te komen.



Steur

De bij de opening uitgezette steur kwam in het verleden veel voor in het zoetwatergetijdengebied. De vissoort verdween door overbevissing en het bouwen van sluizen en stuwen in de rivieren. Het plaatsen van de steurtjes in het museum is een symbolische start voor de herintroductie van de vis in Nederland, een wens van organisatie Ark, Wereld Natuur Fonds en Sportvisserij Nederland. Tot voor de komst van de levende steuren bevond zich enkel nog een 2,60 meter lang opgezet exemplaar in de collectie van het museum. Het nieuwe Bieschbosch MuseumEiland vertelt in zeven paviljoens over het ontstaan van het zoetwatergetijdengebied en hoe dit in de loop der tijden is omgevormd tot het huidige recreatiegebied.


Foto voorkant: Ronald Tilleman

Beelden artikel: Studio Marco Vermeulen












woensdag 24 juni 2015
Catering

Museum Catering, een jongensdroom

In 2005 werd de jeugddroom van de oprichters van Museum Catering waarheid. Samen richtten ze een cateringbedrijf op: Museum Catering. Sindsdien groeit het bedrijf gestaag. ‘We hebben altijd nieuwe doelen.’

De oprichters van Museum Catering, Louis Paardekooper en Nico van der Minne, sloten een bondgenootschap toen ze in hun jongere jaren samenwerkten bij een Amsterdams cateringbedrijf. Zodra de kans zich voor zou doen, zouden ze samen een cateringbedrijf beginnen, vertelt Paardekooper. ‘We waren allebei gek op het rondreizend circus dat het cateringbedrijf toen was. De grote vrachtwagens waarin alles werd vervoerd, het harde werken met allemaal jonge mensen. Het in mum van tijd opbouwen van luxe catering op grote evenementen en golftoernooien. We vonden het fantastisch. En we waren echt trots als we in korte tijd een tot in de punten verzorgd staatsbanket in het Rijksmuseum afleverden. Dat wilden we blijven doen, maar dan met een eigen bedrijf.

Persoonlijke aanpak

Die kans kwam niet zo een twee drie langs. In de jaren die volgden, startte Paardekooper een horeca-uitzendbureau en Van der Minne begon in Museum Escher in het Paleis. Pas in 2005 - ‘op 3 mei’ - was er een mogelijkheid om samen een cateringbedrijf op te zetten. ‘We konden een horeca-contract voor zowel restaurant Gember als het Gemeentemuseum Den Haag overnemen.’ Dat was het moment waarop Museum Catering ontstond. Sindsdien is het bedrijf gestaag gegroeid en werkt onder andere samen met het GEM/Fotomuseum Den Haag, het Lucent Danstheater, Fokker Terminal, Museon en Pulchri Studio. ‘Nu zitten we op een punt dat we een keuze moeten maken. We willen graag groeien, maar we willen ook de service blijven bieden waar we om bekend staan, onze persoonlijke aanpak. Nico en ik zijn niet te beroerd om af te wassen als het nodig is, of in de auto te stappen om een appeltaart te brengen als blijkt dat daar op een van de locaties een tekort aan is. Op die manier weten we zeker dat we kwaliteit leveren. Eventuele groei mag natuurlijk nooit ten koste gaan van die service. Daar praten we geregeld over. Die persoonlijke aanpak betekent bijvoorbeeld ook dat we altijd bij openingen van tentoonstellingen aanwezig zijn. We willen op de hoogte zijn van waar musea en museumdirecteuren mee bezig zijn. Alleen op die manier kunnen we maatwerk leveren.’

Pop-up restaurant

‘We passen ons altijd aan het gebouw waar we werken aan en proberen een museumbezoek nog mooier te maken, zonder als cateraar op de voorgrond te treden. Als het even kan, stemmen we ons aanbod af op de bezoekers. Komen er veel gasten uit België, dan hebben we iets warms bij de lunch. Tijdens de Rothko-tentoonstelling bouwden we een pop-up restaurant met een Franse kaart. Nu bij de expositie over Anton Corbijn is er op vrijdagavond en in het weekend een gin-tonic-bar.’


Altijd nieuwe doelen

Veel musea hebben cultureel ondernemerschap inmiddels hoog in het vaandel. ‘Musea zijn ondernemers geworden en dat maakt ons tot ideale partners. Geen filterkoffie maar cappuccino, geen wit kadetje maar biologisch brood van de ambachtelijke bakker dat wordt bereid in het zicht van de gasten. De ontwikkelingen gaan snel; dat houdt ons scherp en is spannend. We willen laten zien wie we zijn en wat we kunnen. En gelukkig wordt dat ook opgemerkt: dit jaar werd restaurant Gember genomineerd voor ‘Het beste museumcafé van Nederland’. Sinds de Museum Vakdagen in Eindhoven is er veel interesse vanuit België. Dus die markt gaan we onderzoeken. We hebben altijd nieuwe doelen.’

dinsdag 23 juni 2015
Nieuwkomer

Creatief licht

Directeur Peter van Workum van CLS LED reist als fabrikant én leverancier van led-verlichting de wereld over om met zijn modulair opgebouwde armaturen lichtdromen waar te maken.

In het kantoor van Peter van Workum, directeur van CLS LED, vallen direct de twee posters aan de muur op. Op beide een foto van crossende motors in de modder. ‘Rally rijders’, verbetert Van Workum. Een jaar of tien geleden begon hij met de motorsport en sindsdien gaat de directeur een keer of vijf per jaar met een groep vrienden, ergens in de wereld, een rally rijden. ‘Daarna is mijn hoofd helemaal schoon en leeg en heb ik weer inspiratie om tien uur per dag geconcentreerd met het vak bezig te zijn.’ De hobby die draait om risico’s nemen en grenzen verleggen, staat in contrast met de werkwijze van zakenman Van Workum. ‘In mijn werk ben ik juist altijd heel voorzichtig en ga ik doordacht te werk’.

Creatieve lichtoplossingen

En dat - met succes - al 28 jaar lang. Destijds begon de toen 20-jarige Van Workum met zijn 17-jarige broer het bedrijf Fairlight, dat geluid- & verlichtingsapparatuur levert aan de professionele markt. Dertien jaar later kwam daar Rent-All bij, dat de verhuur van de apparatuur organiseert. In 2002 volgde CLS LED. ‘In het afgelopen jaar hebben we een aandelenruil gedaan en nu is mijn broer eigenaar van Fairlight en Rent-All en concentreer ik mij volledig op CLS LED. Om die tweedeling duidelijk te maken verhuist CLS in september naar een nieuw pand, in Nijmegen. ‘Onze internationale clientèle vraagt om een gebouw met meer allure en dat heeft deze moderne huisvesting.’ CLS LED levert wereldwijd creatieve lichttoepassingen met led-verlichting, desgewenst voor iedere opdrachtgever een heel nieuw ontwerp, aangepast op specifieke wensen. ‘Eigenlijk verkopen we geen verlichting,’ vindt Van Workum, ‘maar een oplossing voor een lichtprobleem. Of we maken een lichtdroom waar. Dat maakt dit werk zo fantastisch en afwisselend. En doordat wij onze armaturen opbouwen met een modulair systeem kunnen we met een beperkt aantal productlijnen duizenden varianten creëren. Of klanten stellen die zelf samen op de website.’ Door schade en schande wijs geworden werkt CLS LED alleen nog maar met de beste toeleveranciers in Europa. ‘Aanvankelijk lieten we onderdelen in China maken, maar dat was een drama. De kwaliteit daarvan sloot totaal niet aan bij onze visie. Zo wilden we niet werken.’


Nationaal Militair Museum

De spannendste opdracht tot nu toe was de ontwikkeling van een armatuur voor het Nationaal Militair Museum in Soesterberg. ‘Zij wilden een spot die digitaal aangestuurd kon worden en waarbij de lichtopeningshoek variabel instelbaar was. Er kwamen veel toepassingen samen in dit product en als je dan iets ontwerpt dat werkt is dat heel fijn. Inmiddels hebben we verschillende versies van deze lichtoplossing, die heel de wereld over gaan.’ Van Workum werkt graag samen met musea. ‘Museummensen zijn gepassioneerd en geïnteresseerd in kwaliteit en innovatie. Ze willen niet alleen maar het beste lampje voor de laagste prijs. Op die manier kun je echt innoveren.’ Aan tientallen musea in Nederland heeft CLS LED inmiddels armaturen middels haar gespecialiseerde lichtpartners geleverd. ‘Hetzij aangepaste armaturen, hetzij helemaal opnieuw ontworpen exemplaren. Doordat we constant in contact staan met lichtontwerpers weten we wat er speelt in musea. Zo weet ik nu al dat er een museum is dat volgend jaar bij ons zal aankloppen met een lichtprobleem. Dat hebben we gehoord van hun lichtontwerper. Het is heel fijn dat we nu al aan een oplossing kunnen werken. Nee, ik ga niet zeggen, welk museum dat is.’

Hofleverancier

CLS LED bedient ook andere branches. Het bedrijf maakt verlichting voor hotels, de retailmarkt, voor kantoren, maar ook voor theaters, thema- en pretparken en voor architectonische hoogstandjes, zoals de Musik Verein in Wenen of de Onze Lieve Vrouwentoren in Amersfoort. Én het bedrijf is inmiddels hofleverancier van het ministry of Awfac and islamic affairs in Kuwait ‘Dat is een fantastische ervaring, zaken doen in het Midden-Oosten. Op een internationale beurs werd ons gevraagd of we armaturen voor de nieuw te bouwen Farwaniya moskee in Koeweit konden maken. Natuurlijk konden we dat! Dan moet je dus met heel andere dingen rekening houden. Het zakendoen is totaal anders. Het gaat er hard aan toe en het is de gewoonte dat je klanten trakteert op van alles en nog wat. Het is ontzettend leuk om uit te vogelen wat in welke cultuur het best werkt. De armaturen moesten we natuurlijk aanpassen aan het klimaat. Ze moeten tegen de hitte kunnen. En tegen zandstormen. Dat kunnen wij door middel van anodiseren. Anodiseren is - eenvoudig uitgelegd - een soort roesten onder controle, zodat het daarna niet meer verder kan roesten. Tegenwoordig hebben enige tientallen moskeeën in Koeweit onze verlichting. Bovendien is Dubai geïnteresseerd. Daar gaan we volgende week voor het eerst praten. Geweldig. Het op bezoek gaan bij klanten is misschien wel het leukste aspect van mijn baan. Praten, kijken waar het probleem zit en daar dan een oplossing voor vinden.’

maandag 15 juni 2015
Vormidabele bewaking

De jaarlijkse beeldententoonstelling Vormidable op het Lange Voorhout in Den Haag is weer te bezichtigen. Dit keer staan de beeldhouwwerken van Vlaamse kunstenaars centraal, wat naadloos past in de viering van twintig jaar culturele samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen. De kunstwerken worden dag en nacht bewaakt door de beveiligingscamera’s van FMT.


Koningin Maxíma open samen met koningin Mathilde de markante beeldententoonstelling op de statige Haagse laan in het centrum van de stad. De beelden zijn dag en nacht te bezichtigen. zonder toegangspoorten en zonder bewakers. Toch zijn de kunstwerken optimaal beveiligd, 24/7, in weer en wind. Namelijk met de JCB Smart Tower van beveiligings-specialist VPSitex, een label van FMT. FMT is gespecialiseerd in flexibel beheer en beveiliging van leegstaand bedrijfsonroerend goed, herstructureringswijken, ontwikkellocaties en omgevingsgebieden. Met het label VPSitex, zorgt het bedrijf voor vastgoedbewaking- en beveiliging. De eigen innovatieafdeling heeft een aantal noemenswaardige productontwikkelingen op haar naam staan, zoals de Smart Tower, een geavanceerde beveiligingstoren die bouwterreinen en leegstaande, afgelegen locaties beveiligt.



Buitenkans

‘Toen wij door organisator Museum Beelden aan Zee werden benaderd om de beveiliging van de kunstwerken op het Lange Voorhout te sponsoren, hebben we geen moment geaarzeld,’ zegt Norman A. Klein, bestuursvoorzitter van FMT. ‘Onze JCB Smart Tower is de meest complete stand-alone CCTV-bewaking voor de beveiliging van de openbare ruimte. Uitstekend geschikt om het lommerrijke Lange Voorhout dag en nacht te bewaken. We hebben onze JCB Smart Tower al veelvuldig met zeer goed resultaat ingezet op diverse andere locaties, zoals bij bouw- en slooplocaties, windparken, spoorwerkzaamheden en evenementen.’ Op het Lange Voorhout houden 5 JCB Smart Towers de tentoonstelling dag en nacht in de gaten. Deze units maken gebruik van draadloze communicatietechnologie, waardoor kabels overbodig zijn. De vandalismebestendige camera’s kunnen in meerdere richtingen tegelijk kijken. En door de aanvulling met infrarode en thermische camera’s bewaken ze de kunstwerken ook in de nacht.


Totaaloplossing

‘De Smart Tower is niet het enige product dat wij kunnen inzetten om een locatie of een object te beveiligen,’ vervolgt Klein. Als marktleider op het gebied van leegstandbeheer ontwikkelden wij tal van beveiligingsoplossingen om leegstaande locaties als bedrijfshallen, kantoorgebouwen, maar ook woningen, gevangenissen of ziekenhuizen tot aan de ingebruikneming te beveiligen. Trots zijn we dat we daar de een grote beeldenroute als Vormidable op het Lange Voorhout aan toe mogen voegen.’

Gratis app

Ontdek de beeldententoonstelling Vormidable ook op de gratis app van izi.TRAVEL (voor IOS en Android).

Foto’s: Piet Gispen voor Museum Beelden aan Zee

www.fmt-nl.com

donderdag 2 april 2015
Nieuwkomer
De kunst van het luisteren

Kunsttransporteur Hizkia van Kralingen is met zijn gelijknamige bedrijf groot geworden door goed te luisteren naar museale klanten. Alleen op die manier kon het bedrijf de spin in het web van het internationale bruikleenverkeer worden. Hizkia Van Kralingen is de eerste onderneming die dit jaar een bedrijfspagina op MuseumService heeft gevuld. Bij wijze van welkom een interview met de oprichter.


Op de gevel van kunststransporteur Hizkia Van Kralingen hangt een 55 meter brede banner van Late Rembrandt in het Rijksmuseum. Niet te missen vanaf de snelweg. ‘Een gebaar naar relaties,’ legt Van Kralingen uit. ‘Rothko heeft er gehangen. En straks hangt Corbijn er.’
Van Kralingen lacht breed bij deze woorden, zoals hij nog wel vaker tijdens het gesprek over zijn bedrijf zal stralen. Als hij het heeft over het nieuwe hoofdkantoor annex museale depot dat sinds januari 2014 in gebruik is genomen, bijvoorbeeld. De maar liefst 10.000 m2 geklimatiseerde, beveiligde, duurzame (gebouw in een gebouw) depotruimte kon alleen maar tot stand komen omdat het bedrijf zijn oor te luisteren heeft gelegd bij musea. ‘We wilden het beste museale depot van Nederland bouwen, dus hebben we geïnventariseerd wat klanten willen. Een aantal toonaangevende Nederlandse musea en de Rijksoverheid hebben hun kennis en voorkeuren wat betreft klimaatregulering, beveiliging en pestcontrole kenbaar gemaakt. Op die manier ontstond het Programma van Eisen voor de bouw aan de hand waarvan we het grootste depot van Nederland hebben gebouwd.’ Hizkia Van Kralingen herbergt nu alle diensten onder een dak: de gespecialiseerde verpakkingen, kunsttransport, installatie, ophangsystemen, een restauratieatelier en alle organisatorische taken rond internationaal bruikleenverkeer tot advies over beheer en behoud van collecties.

Efficiënt, effectief, veilig
‘Ik heb een fantastisch bevoorrechte baan,’ glundert Van Kralingen, die alweer 25 jaar het bedrijf runt. ‘Ik kom thuis bij kunstenaars, kijk achter de schermen bij musea en reis veel. Inspirerend!’ Ik kan me geen leuker werk voorstellen.’ Opa Van Kralingen begon in 1926 een verhuisbedrijf, vader nam dat over, kreeg Gemeentemuseum Den Haag en verschillende galleries als klant en dat wekte bij de zoon interesse voor kunst. In 1990 begon Hizkia van Kralingen een onderneming in kunsttransport. Een eenmanszaak die in 2015 is uitgegroeid tot toonaangevend kunsttransporteur van Nederland. ‘Iedereen bij Hizkia Van Kralingen wil hard werken. Geen verzoek is ons te gek en tegelijkertijd voelen we ons niet te goed voor kleine klussen. Ons doel is kunst wereldwijd beschikbaar te maken, op een efficiënte, effectieve en veilige manier. En daarbij streven we naar een eerlijke en integere relatie met onze klanten. Hoe groot of hoe klein die ook is.’

Luisteren naar musea

‘Dat kunnen we doen, omdat we gebrand zijn op onze onafhankelijkheid. Omdat we geen onderdeel zijn van een groter concern, hoeven we aan niemand toestemming te vragen en kunnen we handelen in het voordeel van de klant. Dat is ons mission statement.’ De ontwikkeling van de Turtle is daar het ultieme voorbeeld van. De innovatieve, veilige en duurzame klimaatkist met een aanpasbaar systeem, zodat er kleine en grote kunstwerken in vervoerd kunnen worden, ontstond in 1994. ‘Het Gemeentemuseum in Den Haag leende de volledige Mondriaancollectie uit aan musea in Amerika en Japan In die tijd werd kunst in houten kisten vervoerd, die eenmalig werden gebruikt. Dit keer wilde het museum dat de werken van Mondriaan op reis gingen in een heel goede kist, die bovendien herbruikbaar én recyclebaar was. Samen met een bedrijf dat surfboards maakt heb ik toen de Turtle ontworpen en gemaakt. Diverse musea eisen inmiddels dat hun werk wordt vervoerd in een Turtle. Ook als ze met een andere kunsttransporteur werken. Geen probleem, ik heb de kisten opzettelijk een naam gegeven die niet direct met ons bedrijf is verbonden. We verhuren ze, wat de kosten voor musea laag houdt. We hebben er 500 staan en ze zijn voor iedereen beschikbaar. Ook voor kleinere musea en particulieren.’

Samenwerking
Een verbeterde versie van de Turtle wordt momenteel, opnieuw in samenwerking met Gemeentemuseum Den Haag, ontwikkeld. ‘Als alles volgens plan verloopt, wordt hij nog dit jaar gepresenteerd. Musea worden steeds meer verantwoordelijk voor hun eigen budgetten, daardoor organiseren ze vaker blockbuster tentoonstellingen, zoals Late Rembrandt en Rothko. Exposities waar veel bezoekers op af komen. Ons erfgoed reist dientengevolge vaker de wereld over. Dat vereist de beste vervoerscondities. Bovendien innoveren wij graag, vandaar dat we ons hebben toegelegd op een vernieuwde Turtle.’ Ook nu heeft Van Kralingen weer een ronde langs vaste klanten gemaakt om hun verpakkingseisen te verzamelen. ‘Voor deze Turtle-versie werken we samen samen met Airborne Composites, een hightechbedrijf dat onderdelen voor raketten maakt, dus dat belooft wat.’

donderdag 2 april 2015
Samenwerking Tropenmuseum en Kinkorn

Barokke tentoonstelling

Het is van alle tijden en van alle culturen: lichaamsversiering. Het Tropenmuseum geeft met de tentoonstelling ‘Body Art’ zes redenen waarom de mens dat doet. Dankzij de vormgeving van Kinkorn is een bezoek aan de tentoonstelling een warme, barokke beleving.

Vorige week opende in het Tropenmuseum de tentoonstelling ‘Body Art’. Inderdaad, zoals de naam doet vermoeden, een tentoonstelling over lichaamsversiering. Tatoeages en piercings, maar ook onderhuidse implantaten, schedelvervorming en littekenversiering. Het lichaam en met name de huid dient als canvas om onszelf vorm te geven, te transformeren en om te laten zien wie wij zijn. Maar waarom doen we dat? ‘Body Art’ geeft zes mogelijke antwoorden en het kan niet anders, of de bezoeker wordt met zijn eigen lichaam geconfronteerd. Dankzij de vormgeving van Kinkorn.

Culturele onderlaag

‘In het ontwerp van de tentoonstelling wilden we betrokkenheid bewerkstelligen,’ vertelt curator Daan van Dartel. ‘Bezoekers moeten geen afstand voelen, maar zich juist heel bewust zijn van hun eigen lichaam. Dat was de belangrijkste voorwaarde in de briefing naar drie ontwerpbureaus. Omdat het onderwerp heftig is, moest de vormgeving warm zijn. We waren eerder in Basel gaan kijken naar een soortgelijke tentoonstelling over lichaamsversiering, ‘Make up - Aufgesetzt, ein Leben lang?’ De centrale vraag daar was: wat doen mensen met hun lichaam? We overwogen de expositie over te nemen, maar het ontbrak aan een culturele onderlaag. Die hebben wij aangebracht door de vraag ‘wat’ te veranderen in ‘waarom’. De vormgeving in Basel was redelijk kil met stellages in een volkomen witte omgeving. Dat wilden wij absoluut niet. We vielen direct voor het ontwerp van Kinkorn. Hun concept vertelt mede ons verhaal.’

On-alledaags en toch actueel

Van de briefing van het museum raakte ontwerper Maarten Meevis direct enthousiast. ‘Ik vond het een geweldige opdracht. Ik houd van on-alledaagse onderwerpen, die tegelijkertijd actueel zijn en heel dichtbij komen. Dit onderwerp zit letterlijk op je lijf. Dichterbij kan niet! Meteen doemde het beeld van een bank gemaakt van lichaamsdelen door Dorothea Tanning op mijn netvlies.’ Dat beed werd het uitgangspunt van Meevis' ontwerp en is direct terug te vinden in de zitmeubels op de tentoonstelling. Op elke bank of stoel ligt een arm of been. De bezoeker kan nog plaats nemen op de zetel, maar wel zo dat zijn lichaam onvermijdelijk in contact komt met het lichaamsdeel. ‘Op die manier wordt je dus vanzelf bewust van je lijf.’

Warm en barok

Een andere sfeerbepaler is Meevis’ perceptie van lichaamsversiering. ‘De manier waarop mensen hun lichaam beschilderen of tatoeëren is vaak heel barok. De sfeer van de tentoonstelling moest dat dus ook worden.’ En toen bij het eerste gesprek met het Tropenmuseum duidelijk werd dat er weinig budget was, had de ontwerper zijn concept rond: ‘Ik zou alleen werken met tweedehands materiaal en dat bewerken. Zoals mensen het al bestaande concept van hun lichaam verfraaien met tatoeages en piercings, flatteerde ik tweedehands meubels en kleden: ik perforeerde Perziche kleden en beschilderde kasten. Het museum heb ik gevraagd om een lijst van alle vitrines die zij nog in hun opslag hadden staan. Alleen op de kleden moest ik concessies doen. Degene die ik op rommelmarkten en Kringloopwinkels bij elkaar had verzameld bleken van wol, die zijn verboden in musea, want wol trekt ongedierte aan. De perzische tapijten heb ik dus nieuw moeten bestellen. Ik wilde die kleden persé, want ze geven een huiselijk warmte aan de ruimte en helpen tegelijkertijd de grote ruimte in verschillende secties op te delen. Omdat de meeste objecten klein zijn heb ik ze in kasten geplaatst, zodat het niet een grote uitdragerij zou lijken.’

Fotocredits: Mike Bink

Tropenmuseum

Kinkorn

donderdag 2 april 2015
Samenwerking Panorama Mesdag en weverij De Ploeg

Doektocht

Na een periode van verbouwing en restauratie is Panorama Mesdag helemaal klaar voor het Mesdagjaar dat dit jaar plaatsvindt. Zaterdag 28 maart opende het museum de vernieuwde en nieuwe tentoonstellingszalen met moderne publieksfaciliteiten. Het vervangen velum - het doek dat de schildering afschermt van direct zonlicht - kende eerder dit jaar een eigen opening. Niet voor niets, het was een precaire en precieze klus.

‘Het spannendst was nog het neerhalen van het oude doek,’ verhaalt Panorama Mesdag adjunct-directeur Charlotte Huygens. ‘Het oude doek was zo vies en zo oud, dat we bang waren dat het bij de minste of geringste beweging in stofdeeltjes uit elkaar zou vallen. Dat zou rampzalig zijn geweest voor de schildering.’ Maar het ging goed. Er is dan ook een lange studie aan de vervanging van het velum - zoals het doek in de nok van het Panorama heet - voorafgegaan. Niet alleen moest het doek voldoen aan de moderne eisen van de brandweer (brandwerend, vlamdovend) het moest ook schimmel -en bacteriewerend zijn, zodat het vocht uit natte jassen van bezoekers (meer dan 130.000 per jaar) geen schade berokkend. En dan zijn er nog de voorwaarden voor de kleurechtheid. Het doek moet jarenlang zonlicht doorstaan, zonder te verkleuren. ‘De kleur van het velum is essentieel, iedere zweempje teveel groen of rood veroorzaakt een lelijke waas op het schilderij. De dikte van de stof is precair, want het daglichteffect is van groot belang: zon en bewolking moeten zichtbaar blijven, maar de zon mag niet de ramen in het dak doorschijnen.’ En dan moet het doek ook nog eens dezelfde uitstraling hebben als het oude weefsel. ‘We vermoeden dat het eerste exemplaar een zeildoek was, maar dat is niet gedocumenteerd, dus we weten het niet.’

248 vierkante meter stof

‘We zijn het oudste ondernemende museum van Nederland en dus gewend om samenwerkingsverbanden met bedrijfsleven te zoeken, maar de zoektocht naar een bedrijf dat het velum van 248 vierkante meter kon maken was lang. ‘Of bedrijven gingen failliet, of kregen een andere, lucratieve opdracht tussendoor. Want een doek voor ons ontwerpen kan commercieel gezien natuurlijk niet uit. Uiteindelijk kon de Nederlandse weverij De Ploeg uit Helmond het velum maken.’



Zoutbad

De Ploeg is gewend om samen te werken met verschillende opdrachtgevers. Bedrijven, maar ook met dierentuinen, ziekenhuizen en musea. Het duurde anderhalf jaar voordat het juiste doek was gefabriceerd, vertelt Paul Beeren. ‘En dan hebben we het alleen nog maar over de stof hè. De Ploeg heeft het doekt niet in elkaar gezet. Dat heeft ShowTex gedaan. Een bedrijf dat wij kennen via een opdrachtgever waarvoor we een plafond van doek ontwikkelen. En Holland Scherming, dat schermen plaatst in de glastuinbouw, heeft mensen op steltlopers het velum in het museum laten bevestigen! Voor ons was van alle eisen de transparantie de moeilijkste: de goede kleur en de juiste dikte. Bovendien hebben die twee elementen een wisselwerking met elkaar. Hadden we de goede kleur, maar moest het doek dikker, dan moesten we daarna dus óók weer sleutelen aan de kleur.’ De mate van transparantie van het oude doek was niet meer meetbaar. ‘Destijds heeft het doek een zoutbad gehad om het vlamwerend te maken. Dat zout is gaan uitkristalliseren, waardoor het onmogelijk was om de transparantie te achterhalen. Daarbovenop is er een lekkage geweest die troep op het weefsel heeft achtergelaten. We moesten het kortom helemaal opnieuw uitzoeken.’


Transparantie

Dat deed De Ploeg samen met Linda Hanssen, consulent textiel. Beeren: ‘We hebben heel wat repen stof voor het raam gehangen. Van licht tot donker, heel dun tot dik. Totdat een van ons opmerkte dat daglicht dat van boven komt heel anders is dan het licht dat door een raam aan de zijkant van een gebouw valt. Dus begon de zoektocht weer van voren af aan. Tot op de dag van de opening bleef het spannend. Die dag hoorde ik nog het doek té transparant zou zijn. Dat bleek later mee te vallen, gelukkig.’


Voor meer informatie kunt u mailen met Helma Doorman hdoorman@panorama-mesdag.nl

www.panorama-mesdag.nl en www.mesdagjaar.nl

www.deploeg.com

woensdag 18 maart 2015
Digitaal geheugenverlies
Tijdens de Week van het Digitaal Erfgoed verschenen twee publicaties die focussen op digitaal erfgoed. In De Digitale Feiten wordt een beeld geschetst van de recente trends in het Nederlandse digitale erfgoed. Born digital cultureel erfgoed is bedreigd erfgoed, handelt over de problematiek van digitaal gecreëerd erfgoed.

Tegenlicht
De onderwerpen van de Week van het Digitaal Erfgoed deed ons denken aan de aflevering Digitaal geheugenverlies van het VPRO documentaireprogramma Tegenlicht, waaruit het belang van goed conserveren duidelijk blijkt. ‘Het lijkt soms wel alsof we sinds de mythische drempel van het jaar 2000 gestopt zijn om ons de verre toekomst in te beelden,’ is bij wijze van inleiding op de website van Tegenlicht te lezen. ‘Dat staat op gespannen voet met de overlevering van eeuwenlang opgebouwde en verzamelde kennis: van het verleden naar ons, maar vooral ook naar volgende generaties.’ Naast aandacht voor het ontmantelen van Nederlandse collecties en het sluiten van bibliotheken zien we in Digitaal geheugenverlies hoe er op een verlaten defensieterrein wordt gesleuteld aan de enige machine waarmee NASA-banden met gegevens van een historische maanreis nog bekeken kunnen worden. Want, zegt Tegenlicht, ‘Rondom het epicentrum van alle snelle omwentelingen in de digitale wereld realiseert men zich namelijk bij uitstek de gevaren van een ‘Digital Dark Age’ (dat is niet alleen een doemscenario voor de toekomst: ook nu al is veel kennis niet meer toegankelijk omdat het in verouderde formats of op verouderde dragers is opgeslagen). De Long Now Foundation tenslotte, geeft ons een nieuwe mythe om weer na te kunnen denken over onze verantwoordelijkheid voor generaties 10.000 jaar na ons.’



Born digital cultureel erfgoed is bedreigd erfgoed
Born digitaal erfgoed is kwetsbaar omdát het digitaal gecreëerd is en dus geen analoge equivalent heeft. Door de snel veranderende technologie en door het feit dat ICT vaak op maat wordt gebruikt, is dit type erfgoed extra broos. Hard- en software verouderen snel en raken op termijn in onbruik, zodat het erfgoed niet meer geraadpleegd of hergebruikt kan worden. Het serieus nemen van de digitale duurzaamheidsproblematiek is essentieel voor het toekomstig rendement van culturele instellingen.
Daarom startten de Stichting Digitaal Erfgoed Nederland (DEN), de Culturele Coalitie Digitale Duurzaamheid (CCDD), LIMA en het Nederlandse ministerie van OCW een onderzoeksproject naar de stand van zaken van duurzame toegankelijkheid van born digital erfgoed binnen de domeinen kunst, film, fotografie en architectuur(design). In Born digital cultureel erfgoed is bedreigd erfgoed. Op weg naar een generieke workflow voor born digital erfgoed (Gaby Wijers en Hannah Bosma) spreken de onderzoekers zich uit over onder andere gespecialiseerde e-depots, de functies van een kenniscentrum en –netwerk en over de lacunes in de born digital erfgoedcollectie Nederland. De aanbevelingen voor verder onderzoek en projecten geven een beeld van de toekomstplannen van de CCDD.

De Digitale Feiten
Met welke snelheid groeien de digitale erfgoedcollecties in Nederland? Wat wordt er gedaan om de bruikbaarheid van ons digitaal erfgoed voor toekomstige generaties veilig te stellen? Naar deze en andere vragen vond tussen 2008 en 2014 onderzoek plaats in Nederland en België: NUMERIC en ENUMERATE 1 & 2. De publicatie De Digitale Feiten. Trends in digitaal erfgoed sinds 2008 (Marco de Niet en Gerhard Jan Nauta) geeft inzicht in de recente trends in het Nederlandse digitale erfgoed, aan de hand van statistische gegevens van circa 150 Nederlandse erfgoedinstellingen.



Meer informatie? De gratis publicatie en meer informatie is aan te vragen via communicatie@den.nl
abonneer je op
onze nieuwsbrief
donderdag 5 februari 2015
Inspiratie en vermaeck

Meer dan 65 miljoen objecten liggen er in museumdepots, leert de pop-upkrant van het DWDD pop-upmuseum. 37 miljoen plantjes en diertjes liggen opgeslagen bij het natuurhistorisch museum Naturalis. Van de overige 28 miljoen ligt het grootste deel in de depots van de 442 geregistreerde musea. Die schatten moeten veel zichtbaarder zijn voor publiek vindt minister van Cultuur, Jet Bussemakers, die de pop-upexpositie vorige week daarom ook breed lachend opende.

Bussemaker is blij met het inititatief van het tv-programma, want simpel te realiseren is haar plan natuurlijk niet. Het DWDD-museum is een goed begin dat de samenwerkende musea bovendien in de schijnwerpers zet. En de tentoonstellingmakers, financiers en beleidsmakers, want binnen een aantal maanden moesten alle partijen intensief samenwerken om de droom van De Wereld Draait Door uit te laten komen.

Een vervolg op dit experiment kan niet ver weg zijn, want de minister heeft het Mondriaan Fonds een potje van acht miljoen euro gegeven, om de komende drie jaar de samenwerking tussen musea te bevorderen. Dus niet om het scheppen van nieuw werk te financieren, maar puur om museale samenwerking een steun in de rug te geven. Dat klinkt als ‘ontwikkeling en innovatie’ en dat ziet MuseumService graag. Daarom, ter inspiratie, maar vooral ter vermaeck, de lievelingsmusea van enkele DWDD-gastcuratoren, Peter Vandermeersch, hoofdredacteur NRC Handelsblad en maker van de pop-upmuseumkrant en, om te beginnen, Matthijs van Nieuwkerk himself.

Matthijs van Nieuwkerk

‘Ik ben Amsterdammer: het Rijks en het Stedelijk natuurlijk! En Museum Henriette Polak in Zutphen, mijn tweede woonplaats. Modern-klassieke kunst in een prachtig monumentaal pand.’

Cécile Narinx (depot Centraal Museum)

‘Het Centraal Museum, niet omdat ik hun depots mocht kijken, maar omdat het gebouw zo fijn is. Het zit op een mooie, rustige plek in Utrecht. Ik neem me tevergeefs voor om er gewoon eens een kop koffie te drinken. Het komt er nooit van. En natuurlijk omdat ze zulke mooie modetentoonstellingen maken. Ik ben blij dat Piet Paris mij heeft geholpen bij het inrichten van mijn pop-upzaal. Ik kan in 2D denken, maar 3D is moeilijk. Het idee van de schoenen op een plateautje boven de jurk is van hem. Geniaal.’

Marc-Marie Huijbregts (depot Van Abbemuseum)

‘De National Portrait Gallery is zo mooi. Daar ga ik altijd naar toe als ik in Londen ben. Alleen maar portretten hangen daar, dat zouden ze in Nederland eens moeten doen. De doeken hangen aan wanden van een soort glas, zodat je een ruimtelijke gevoel krijgt. En er is een heel leuk winkeltje. Da’s ook belangrijk!’

Peter Vandermeersch

‘Het Stedelijk en het Rijks natuurlijk. Dat laatste museum ken ik nog van schoolreisjes van vroeger. Saai vond ik het, ik ging liever naar de walletjes kijken. En het Louvre, waar het heerlijk eten is. Het eten is even belangrijk als de kunst die er hangt. Dat ziet het calvinistische Nederland gelukkig steeds meer in. Kijk maar naar het nieuwe restaurant van het Rijksmuseum.’

Jasper Krabbe (depot Stedelijk Museum Amsterdam)

‘De Pont! Prachtig gebouw, Europees gezien het zorgvuldigste museum met mooie, professioneel gemaakte tentoonstellingen. In Amerika is het MoMA de overtreffende trap in alles wat musea bieden.’

Fidan Ekiz (depot Nederlands Fotomuseum)

‘Ik houd van glitter en juwelen en sieraden heeft het Topkapi Paleis in Istanbul in overvloed. Het museum herbergt het leven van de sultans in de Ottomaanse tijd. Je ziet hoe haremvrouwen uren lang voor de spiegel stonden. Maar er is ook een stukje haar van de profeet tentoongesteld. De manier waarop het museum is ingericht maakt de vervlogen tijd tastbaar. De wereld van toen komt heel dichtbij en heeft veel overeenkomsten met die van ons.’

[fotocredit MoniqueKooijmans events]


maandag 1 juli 2013
Professionele RV en Temperatuur dataloggers

Hanwell Ltd. bekend van de draadloze binnenklimaatsystemen en professionele vocht en temperatuur dataloggers heeft naast de populaire relatieve vochtigheid en temperatuur datalogger, “de Humbug” een vocht- en temperatuur datalogger.

De Hanwell dataloggers zijn bedoeld voor situaties waar betrouwbaar en nauwkeurig gedurende langere tijd de temperatuur en relatieve vochtigheid gemeten en geregistreerd dient te worden. Te denken aan het valideren van ruimten en processen zoals in de Farmacie en clean room applicaties. Daarnaast worden de dataloggers veel toegepast voor het controleren van het binnenklimaat in musea en ander plaatsen waar controle op de binnenklimaat parameters met een hoge nauwkeurigheid belangrijk is. Het meetinterval is vrij instelbaar van 10 sec tot 24 uur en daarnaast is het geheugen ruim voldoende om, bij een intervaltijd van 5 minuten, gedurende 340 dagen gegevens op te kunnen slaan.

De nieuwe lijn dataloggers zijn voorzien van een groot en overzichtelijk display waarop de actuele temperatuur, relatieve vochtigheid, batterij niveau en ingestelde alarm niveaus af te lezen zijn. De temperatuur en relatieve vochtigheid sensoren zijn van hoge kwaliteit met een nauwkeurig van ± 0,1°C respectievelijk ±2%, in het bereik van 0 tot 100% RV (niet condenserend). De sensoren kunnen eenvoudig worden gekalibreerd, m.b.v. de kalibratie functie in de software.

De set-up en downloaden van de Humbug m.b.v. een PC verloopt via een USB kabel met bijbehorende analyse en set-up software.

De datalogger kan eenvoudig via sleuven op een speciale muurbeugel geklikt worden voor wandmontage.

Voor nadere toelichting, documentatie of prijzen kunt u contact opnemen met Catec.

Ga hier naar de bedrijfspagina van Catec

maandag 22 april 2013
Voorjaarsschoonmaak Frans Hals Museum

Van 23 maart tot en met 28 juli toont het Frans Hals Museum de tentoonstelling Frans Hals, Oog in oog met Rembrandt, Rubens en Titiaan.

Om ook de permanente collectie optimaal uit de verf te laten komen, ging hier een eenmalige schoonmaakactie aan vooraf. Medewerkers van Helicon hebben het oppervlaktevuil van alle tentoongestelde schilderijen en kunstvoorwerpen verwijderd.

Ga hier naar de bedrijfspagina van Helicon